Magazine 2020 - 04

Magazine 2020 - 04

Verschijnt in week 34
Header afbeelding

Bikkelweekend 2019

  • Tekst: Floor ten Brink
  • Beeld: Floor ten Brink/Martin Brink/Petra Boogerd

Storm op komst

Op zaterdag 8 februari start het Bikkelweekend 2020 bij Experience Island bij Loon op Zand. Het waait, maar niet heel hard. Voor zondag is storm Ciara voorspeld; er geldt code oranje. We zijn natuurlijk allemaal bikkels, maar er zijn grenzen; het materiaal moet wel heel blijven. De organisatie besluit alle proeven op zaterdag te doen en op zondagochtend alleen de prijsuitreiking. En daarna snel inpakken en wegwezen. En zo gaat dit Bikkelweekend de geschiedenis in als het kortste Bikkelweekend. Maar dat drukt de pret natuurlijk niet op zaterdag.

 

Bikkelweekend in het kort

Dit jaar zijn er zo’n 170 deelnemers in ongeveer 70 auto’s. Als je je opgeeft,, moet je ook vermelden wat voor auto je hebt en of je wel of geen lier of modderbanden hebt en dergelijke. De organisatie verdeelt de auto’s (en deelnemers) over tien teams en wel zo, dat er in elke team verschillende soorten en maten auto’s zitten, dat de auto’s met de lieren en dergelijke gelijk over de teams zijn verdeeld en dat de soorten deelnemers (met name de kinderen) gelijk zijn verdeeld. Elk team krijgt de naam en de vlag van een land. Zo heb je team Zweden, Spanje, Canada, en nog zeven landen. De teams zijn in theorie dus even sterk. Bij de aanmelding bij de poort krijg je te horen in welk team je zit. Je rijdt naar de plaats waar de vlag in de grond staat en daar maak je kennis met je teamgenoten en zet je je tent neer. De rest van het weekend blijf je met het team bij elkaar.

In het terrein zijn tien proeven uitgezet: de oneven genummerde proeven zijn off-roadproeven; de even genummerde proeven zijn ‘andere proeven’. Elk team begint bij een ander nummer (bijvoorbeeld: Zweden op proef 4, Spanje op proef 5, enzovoort). Voor elke proef heb je een uur de tijd. Na dat uur rijd je met je team naar de volgende proef. De proeven liggen kriskras over het terrein verdeeld, dus je rijdt nog heel wat af. Tussendoor is een lunch in de clubtent en ’s avonds is daar een barbecue.

Normaal zijn er op zaterdag zes proeven en zondag vier en is op zondag na de lunch de prijsuitreiking. Dit jaar gaat het iets anders. Op zaterdag waait het al best hard; voor zondag is storm Ciara voorspeld, met windstoten van 100-120 km/h. Code oranje is afgegeven voor zondag. Wel iets om serieus rekening mee te houden. Een paar jaar geleden is in een (naamloze) storm een keer een clubtent stukgewaaid en een herhaling wil de organisatie voorkomen. En verder is het natuurlijk niet heel fijn om met je daktent op je dak of een aanhanger achter de auto nog een eind naar huis te rijden terwijl de storm om je auto raast. In overleg met het bestuur besluit de organisatie om na de lunch alle proeven niet een uur, maar drie kwartier te laten duren zodat we ’s middags vijf proeven kunnen doen. Het geplande avondprogramma vervalt en dan doen we de andere drie proeven ook in drie kwartier per proef. Op die manier doen we alle proeven op zaterdag. Op zondag is alleen een uitgebreid ontbijt en de prijsuitreiking. Daarna afbreken en naar huis.

Een wijs besluit: zaterdag trekt de wind steeds ietsje aan. Gelukkig staat het kampement in de luwte van een bos en hebben we niet heel veel last van de wind. Maar als we zondagochtend wakker worden, staan de golven op het water van het Blauwe meer en beweegt de clubtent al aardig. Een voordeel van alle proeven op zaterdag doen is ook dat we niet om half 7, maar om 8 uur op hoeven te staan. En zo heeft elk nadeel zijn voordeel.

De prijsuitreiking is kort maar krachtig: er zijn een paar gedeelde plaatsen en zo is geen een team tiende. De tweede plaats is ook een gedeelde plaats, maar gelukkig voor de organisatie is de eerste plaats voor maar een team weggelegd: team Griekenland wint dit jaar.

 

Proef 1 Off-road bij de steile heuvel

Voor de kenners: de proef ligt aan de linkerkant van het meer, bij die ene hele steile heuvel. En die moeten we op. Een beetje links ervan is een modder-/waterbak. Als je daardoorheen gaat, krijg je bonuspunten. De een doet het wel, de ander niet. Het is al zwaar genoeg om het hele rondje te rijden. Bovenop de heuvel moet je aan haakse bocht maken en dan rechts de heuvel af, onderaan een haakse bocht naar links. Op de heuvel staat een marshall om te kijken of alles goed gaat en er niet iemand per ongeluk de verkeerde kant van de heuvel afglijdt. En om ervoor te zorgen dat de volgende auto pas de heuvel oprijdt als de vorige rechts de heuvel afrijdt. Veiligheid gaat voor.

Even verderop een meer dan haakse bocht naar rechts een gat in waar je met een 110 makkelijker uit kunt komen dan met een 90. Marshall Peter geeft heel rustig en geduldig aanwijzingen hoe je het beste uit het gat kunt komen. Als je doet wat hij zegt (en dat doet iedereen netjes), kom je zonder hulp van een andere auto uit het gat. En zo is het Bikkelweekend niet alleen leuk en gezellig, maar ook leerzaam. Na het gat een kleine waterplasje, onder de brug door, rechtsaf omhoog, bovenaan links naar het einde van de proef. En dan zo, hup, rechtdoor en naar rechts om de proef nog een keer te doen. Voor alle off-roadproeven geldt: je mag de proeven met maximaal tien auto’s doen en er zitten niet tien auto’s in het team, dus je mag vaker als je wilt. Pascal (team Zweden) is helemaal in zijn element als hij off-roadproeven rijdt, en hij rijdt enthousiast door de bonusbak en daarna het hele parcours alsof hij op een vlakke asfaltweg rijdt. Jammer dat je niet vaker dan drie keer rond mag rijden; hij heeft er veel plezier in. Gelukkig voor hem zijn er vijf off-roadproeven.

 

Proef 2 Band sjouwen

Om een oranje pylon ligt een zware vrachtwagenband. Zonder deze band met je lichaam aan te raken, moet je hem naar een andere pylon een eindje verderop brengen en hem daaromheen leggen. De band mag tijdens het transport de grond niet raken. Op zich onlogisch, want daar is een band juist voor gemaakt. Alleen je reserveband raakt de grond normaal gesproken niet. Maar goed: we zijn best in voor iets raars, dus doen we netjes wat de marshalls van ons willen. Met een schep de band optillen een bandslinger eronderdoor, dat drie keer en de band kan gedragen worden. Maar bij de andere pylon moet de band ‘bloot’ worden neergelegd, dus moeten de bandslingers er weer vanaf. Dat kost tijd, dus er moet een andere oplossing komen. De ogen van grote harpen passen om de binnenste rand van de band en daar kan de lus van een bandslinger omheen. De harpen zijn snel om de band te klemmen en weer los te maken, en de bandslingers kunnen om de harp blijven zitten. En zo kan je redelijk snel de band heen en weer sjouwen. Een marshall vertelt dat een team wel honderd keer heen en weer is gelopen met de band. Zij hadden een stok door de band gestoken en legden de stok op de schouders van de sjouwers. Slim. De rest van de mensheid loopt minder vaak van de ene naar de andere pylon. Want de band is wel heel erg zwaar. Sommige mannen van team Zweden vinden het sjouwen van de band geen vrouwenwerk (veel te zwaar) en wie zijn wij om dat tegen te spreken…

 

Proef 3 Off-road langs de trein

Achterop het terrein, achter het Blauwe meer, is een terreintje met wat heuvels en een locomotief met een wagon. We gaan heuveltje op, heuveltje af, kruisen het parcours een keer, een steile heuvel met onderaan direct een u-bocht (keer indien mogelijk om, maak een u-bocht; je hoort het de stem van je navigatiesysteem zo zeggen) en de heuvel weer op, anderhalve meter naast het pad waar je naar beneden gekomen bent. Dat had toch allemaal efficiënter gekund… Daarna langs de trein naar de helling met de grote rotsblokken. Niet heel lekker voor je schokbrekers, veren en andere dempers in je auto, hoe langzaam je ook rijdt. Daarna naar beneden en naar het einde van de proef. Pascal rijdt voor de lol een extra rondje.

 

Proef 4 Tennisbal in een teiltje

Soms zie je een generatiekloof niet aankomen. De 40-plussers onder ons weten waarschijnlijk nog wel wat een afwasteil is en waar je die voor gebruikt. Maar nu (bijna) iedereen een afwasmachine heeft, is de afwasteil overbodig geworden en kent men de oorspronkelijke functie ervan niet meer. Zo ook de mensen die deze proef hebben bedacht. Ze gebruiken de teil echt als doel. Twee auto’s staan tegenover elkaar, met het gezicht naar elkaar toe. Op de voorruit zit een zuignap met daaraan een lang elastiek. In het midden van het elastiek hangt een tennisbal (die worden al heel lang voor heel veel andere dingen gebruikt dan voor tennissen; wie heeft er nog nooit een op een trekhaak gezien). Die tennisbal moet in de afwasteiltjes komen die op een parcours op de grond staan. De ene auto moet achteruit rijden, de andere auto voorruit, de tennisbal mag niet op de grond komen en het elastiek mag niet losraken. Kim roept meteen enthousiast “Ik wil wel achteruit rijden, wie wil met mij vooruit rijden?” Al snel staan er verschillende tweetallen klaar om de proef te doen. Er zijn maar twee setjes met zuignappen, elastieken en een tennisbal, dus je moet wel even op elkaar wachten. Kan je meteen de kunst afkijken. Het vergt wat stuurmanskunst, maar het lukt aardig goed om de bal in de vier teiltjes te krijgen. Helaas is de grond soms dichterbij dan gedacht. En de zuignap laat een keer los, maar dat telt gelukkig niet. En die ene teil die zo slinks op het heuveltje staat waarbij de ene auto al beneden moet staan en de andere boven moet blijven, is niet heel makkelijk. Het is een leuke proef waarbij alle auto’s mee kunnen doen.

 

Proef 5 Off-road een parkeerplaats op

Op het terreintje bij de brug is proef 5. Niet alleen maar een parcours rijden, maar een teamopdracht. Ja, je rijdt een parcours, maar halverwege is een stukje afgezet en dat is de ‘parkeerplaats’. Er moeten vijf auto’s op de parkeerplaats staan en daarna pas mag de eerste verder gaan met het parcours. Wat bijna elk team te laat verzint: je moet van tevoren goed bedenken welke auto als eerste de parkeerplaats in moet en welke auto als laatste. De parkeerplaats is natuurlijk niet al te ruim en er zit links een diep gat met veel water. Er is hier duidelijk geen gecertificeerde parkeerplaatsbouwer bij betrokken geweest, want zo’n sinkhole zou nooit goedgekeurd zijn. Het zou het beste zijn om eerst de grotere auto’s (110 of Discovery) op de parkeerplaats te zetten en daarna de kleinere (90 of 88). Die kunnen op de kleine overgebleven ruimte makkelijker keren dan die grote auto’s. Maar natuurlijk verzin je dat pas als je de eerste auto, een kleine, erin rijdt en daarna ziet dat er weinig ruimte overblijft voor een grote om te keren. Want je moet de parkeerplaats vooruit oprijden en ook vooruit afrijden. En natuurlijk wil niemand het gat in. Maar uiteindelijk is dat wel de enige manier om er weer vooruit uit te komen. De 110 het gat in, de andere auto’s op een na eruit en dan de 110 uit het gat halen. Die kan er met wat moeite zelf uitkomen, dus dat was fijn. Ondertussen rijdt de rest van het team het parcours af. Aan het eind is ook nog een bonusweg: door de waterbak en via een steile helling eruit. De waterbak is het probleem niet; de helling wel. Maar als je er zelf uitkomt, klinkt er gejuich als je boven bent. Een grappige proef, die je dwingt tot vooraf plannen, maar waar je pas te laat aan denkt om dat te doen. Even onthouden voor volgend jaar…

 

Proef 6 Achteruit slepen

Op het strandje rechts van het paviljoen is met wat linten een korte baan in een bochtje uitgezet. Verderop staat een pylon. Het is de bedoeling dat er een auto vooruit rijdt, die een andere auto achteruit rollend sleept. De chauffeur in de voorste auto is geblinddoekt. De chauffeur in de achterste auto mag een keer toeteren om de voorste auto te laten stoppen. Het is de bedoeling dat de voorste auto zo dicht mogelijk bij de pylon stopt. Dat is heel lastig in te schatten, vooral omdat de achterste auto dus achteruit gesleept wordt. Pascal heeft een trucje bedacht en dat werkt bijna feilloos. Hij voelt aan de auto hoe hard hij rijdt en hij telt het aantal seconden dat hij erover doet om de afstand te overbruggen van het begin van de baan tot de pylon. In het begin moet je echter een bochtje maken (blind) om de auto recht naar de pylon te laten rijden. Ook dat heeft hij goed in de vingers. Hij rijdt zijn auto tot 45 centimeter van de pylon af. Hetzelfde trucje doet hij als hij gesleept wordt. Met grote bewondering kijken wij toe hoe hij als chauffeur en als gesleepte dit elke keer doet. De beste combinatie zijn Pascal en Alexander, in willekeurige volgorde (sleper of gesleepte). Het is bijna jammer als de tijd om is; het gaat steeds beter en soms zitten ze maar een paar centimeter van de pylon af.

 

Proef 7 Off-road heuvels en bagger

Achter het meer, in het bos aan het eind van de verharde weg is zijn proef 7 en 9. Die kuilen in het bos worden elk jaar dieper en modderiger. Bij proef 7 staan marshalls Pépé en Jisse, beiden niet vies van een beetje modder. Op zich is de proef te doen voor mensen die het niet erg vinden dat hun auto nogal vies wordt. Maar bij het eerste bonuspuntengat zit een 110 klem met zijn neus tegen een loodrechte wand. Een sleepje achteruit het gat uit en hij kan verder over het pad langs het gat. Dan maar niet de bonuspunten. Ondertussen is Danny met zijn 88 al een eindje verder gekomen, gevolgd door Arne in zijn 90. Allebei de auto’s hebben een lier en dat is wel makkelijk; ze zijn zelfredzaam. De heuvels over lukt aardig; het zijn de baggerbakken die lastig zijn. Van het ene liermoment naar het andere ‘rijden’ ze het parcours. Tot de laatste diepe waterbak. Danny rijdt erin en op het diepste punt volgt zijn dieptepunt. De lier wil niet doen wat hij zou moeten doen. Ondertussen borrelt er water van onder de motorkap over de wings heen. Dat is niet echt zoals het hoort en dat vindt de motor ook, want die slaat af en wil niet meer aan. Arne heeft veel moeite om de 88 uit de bak omhoog te trekken, vooral omdat het ‘dood’ gewicht is. Met zijn 90 aan een boom gebonden om te voorkomen dat hij zelf het gat in rijdt, trekt hij de 88 uiteindelijke uit het gat. Na een kleine sleep op vlakke grond, slaat de motor van de 88 weer aan. Maar er is zo veel prut in de radiator en de rest van de motor gekomen, dat hij heel snel warm wordt en er steeds stoom onder de motorkap vandaan komt. De rest van de dag volgt er vaak wat lapwerk, maar de uiteindelijke conclusie van Danny is “Thuis er nog maar eens goed naar kijken en de radiator vervangen, vrees ik.” Andere teams zetten al meteen een hulpauto aan de overkant van de waterbak en maken een sleeplint aan de auto vast die door de waterbak gaat. Zodra die vastzit, maken ze het sleeplint aan de hulpauto vast en sleept die direct de andere auto uit het gat. Dat is pas echt vooruitkijken en teamwerk.

 

Proef 8 Light weight met twee sturen

Een proef met een auto, maar niet met de eigen auto. Stel je voor: het karkas van een lightweight (geen motor, remmen of iets dergelijks) en twee sturen. Het rechterstuur bedient het linkervoorwiel en het linkerstuur bedient het rechtervoorwiel. De voorwielen kunnen dus los van elkaar een kant opsturen. We moeten met de auto achteruit ‘rijdend’ een parcours afleggen, waarbij je de auto met een touw voort moet trekken en af moet remmen. Het is lastig, want je hebt als bestuurder geen idee wat je doet: je kunt immers je wiel niet zien. Een proef waarbij de kinderen eindelijk ook eens een keer aan het stuur mogen draaien en waarbij de volwassenen voor motor en rem spelen. Kim staat voor de auto om de chauffeurs aanwijzingen te geven. De kinderen doen goed wat ze zegt, maar probeer als kind maar eens zo’n groot stuur (waar je niet eens overheen kunt kijken) om te draaien. En dan ook nog allebei de sturen tegelijk ongeveer even ver. Ook weer niet te ver, want het rechtvoorwiel loopt al snel tegen de bumper aan. De band is heel zacht, dus we vinden dat de auto nodig een onderhoudsbeurt moet hebben. Maar ook met een geblokkeerd voorwiel trekt de groep de auto gewoon de bocht om. De kinderen vinden deze proef veel leuker dan de volwassenen, maar dat kán iets te maken hebben met wie het zwaarste werk moet doen…

 

Proef 9 Off-road van baggerbak naar baggerbak

De andere proef in het bos. Met nog veel meer bagger dan proef 7, maar met minder heuvels. Danny kijkt gelaten toe, zijn auto kan dit nu echt niet aan. Twee 110’s en een 90 lieren zich dapper door het eerste deel van het parcours heen. Daarna kunnen ze rijden; ze nemen zelfs de bonus-kuil. En die is best lastig: bijna recht naar beneden, dan een haakse bocht terwijl je schuin naar rechts hangt, om en paar meter verder schuin links naar boven eruit te rijden. Nou ja: de auto moet toch gewassen worden.

 

Proef 10 Graven en trial met emmer met water

De Trial Commissie verzint elke keer een proef voor het Bikkelweekend en dat is altijd een bijzondere en een leuke proef. Dit jaar is geen uitzondering. In het zand van het strand links naast het paviljoen staat een houten ‘poort’; twee verticale latten met een horizontale ertussen. In de buurt liggen een heleboel scheppen. Je moet een gat graven zodat er een auto onderdoor kan. Je mag zelf weten welke auto. De 88 is het laagste, dus de keuze valt op hem. Daarna moet je een parcoursje afleggen met twee auto’s. Je rijdt met twee auto’s evenwijdig van elkaar, een vooruit en een achteruit. De bijrijders van de auto’s hebben een touw vast met daaraan een emmer met water. In het zand staan trialpoortjes en het is de bedoeling dat terwijl de auto’s rijden, de bijrijders de emmer met water tussen de poortjes manoeuvreren. De balletjes moeten op de paaltjes blijven liggen. De paaltjes staan soms een beetje scheef, de ene keer een beetje aan de linkerkant en de andere keer een beetje aan de rechterkant en aan het eind van het parcours zit een bochtje. Je moet de emmer met water dus heel vaak dichter bij de ene auto of dichter bij de andere auto houden; we laten de touwen net zo vaak langzaam vieren als dat we ze inhalen. In het zand zijn wat kuilen en heuvels gegraven zodat de auto’s niet netjes vlak kunnen rijden. Leuk! Met een gouden team leggen we een paar keer het parcours af; we raken maar heel weinig balletjes (een, hooguit twee per keer) en brengen zo 18, 16 en 22 centimeter water naar de overkant. Best goed, aldus marshalls Erik en Marco. En daar zijn wij het natuurlijk van harte mee eens.

 

Dank mensen van de All Road, Off Road en Trial Commissie voor de organisatie van dit Bikkelweekend en dank mensen van de catering voor de lekkere maaltijden. Volgend jaar hopen we op een windstil weekend.